Bijna de helft van de Rotterdamse woningvoorraad valt onder een Vereniging van Eigenaars (VvE). Dat blijkt uit de nieuwe Informatiebundel VvE’s - Rotterdam, samengesteld door stichting VvENET Amsterdam/MRA in samenwerking met Claudia Siewers. De bundel is gebaseerd op CBS-cijfers met peildatum 1 januari 2025 en is bedoeld om beter inzicht te geven in de omvang en diversiteit van Rotterdamse VvE’s. Dat is belangrijk nu verduurzaming, de warmtetransitie en onderhoud steeds vaker gezamenlijke besluiten van woningeigenaren vragen.
Rotterdam telt 13.050 VvE’s, met samen 146.870 woningen. Daarmee valt 45 procent van de Rotterdamse woningen in een VvE, tegenover 19 procent landelijk. De cijfers laten bovendien grote verschillen zien tussen de Rotterdamse gebieden.
Veertien gebieden in beeld
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is de uitsplitsing naar alle veertien Rotterdamse gebieden. Voor ieder gebied zijn cijfers opgenomen over onder meer het aantal VvE’s en VvE-woningen, de gemiddelde omvang van een vereniging, bouwjaar, gasafhankelijkheid, energielabels en eigendomsverhoudingen. Daardoor wordt zichtbaar dat de aanpak per gebied sterk kan verschillen.
Zo telt Noord 2.710 VvE’s met gemiddeld 6,1 woningen, terwijl Prins Alexander 280 VvE’s heeft met gemiddeld 52,7 woningen. In Noord is 67 procent van de VvE-woningen gebouwd vóór 1945; in Prins Alexander is dat aandeel vrijwel nul.
Kleine VvE’s en fundering
Een belangrijk thema in het onderzoek is de combinatie van oude woningen en kleine verenigingen. Rotterdam telt 43.730 VvE-woningen van vóór 1945, goed voor 30 procent van de VvE-voorraad. Daarnaast zijn er 6.625 VvE’s met twee tot vijf eigenaren en bestaan 3.955 verenigingen uit precies twee woningen. Juist bij deze kleine verenigingen kan een grote gezamenlijke investering, zoals funderingsherstel, relatief zwaar drukken op individuele eigenaren.
Verduurzaming en juridische knelpunten
De informatiebundel behandelt daarnaast gemengde en gemixte VvE’s, financiering en de juridische verhouding tussen hoofd- en onder-VvE’s. Bij ondersplitsingen kan bijvoorbeeld onduidelijk zijn welke VvE bevoegd is om te besluiten over gevel, dak, fundering of installaties. Een verkeerd genomen besluit kan juridisch nietig zijn.
De boodschap van VvENET is daarmee duidelijk: wie Rotterdam wil verduurzamen, moet rekening houden met de grote verschillen tussen VvE’s én tussen de veertien gebieden van de stad.
Cijfers al gebruikt in beleid
Victor Dreissen, directeur VVE-010: "De cijfers van VvENET Amsterdam/MRA en Claudia Siewers bevestigen wat wij al wisten, namelijk dat er in Rotterdam werk aan de winkel is om VvE's te ondersteunen bij het toekomstbestendig maken van hun gebouwen. Maar dat is niet alles. Zij tonen ook de noodzaak van een gedifferentieerde aanpak in de verschillende gebieden als het gaat om fundering, onderhoud, verduurzaming of klimaatbestendigheid. VVE-010 gebruikt informatie over de samenstelling van de woningvoorraad om samen met haar partners, met name de gemeente en de corporaties, gebieden te analyseren en te bepalen waar inzet het meest nodig is. Dit kan zijn omdat er veel problemen zijn, maar er kan ook een andere aanleiding zijn waardoor een aanpak een grote kans op succes heeft. Bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet, een groot project van een van de partners of omdat bewoners in een gebied aangeven dat zij aan de slag willen. Ik pleit ervoor om niet alleen naar deze (en andere) mooie cijfers te kijken, waarvoor dank aan VvENet en Claudia, maar zeker ook onze oren te luisteren te leggen bij wat er leeft in de gebieden waar wij als organisaties aan de slag willen gaan."
Bekijk de Informatiebundel VvE’s - Rotterdam van VvENET Amsterdam/MRA


