Een scootmobiel is voor veel mensen een noodzakelijk hulpmiddel om zich zelfstandig te kunnen verplaatsen. Tegelijkertijd levert het stallen van een scootmobiel in een gemeenschappelijke hal van een appartementencomplex geregeld discussie op. Mag een bewoner zijn scootmobiel daar neerzetten? En kan een Vereniging van Eigenaars (VvE) dat zonder meer verbieden?
Gebruik van de gemeenschappelijke ruimte
Op grond van artikel 5:126 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Modelsplitsingsreglementen voert de VvE het beheer over de gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw.
Dat betekent niet dat iedere eigenaar of gebruiker onbeperkt of onbegrensd gebruik mag maken van de gemeenschappelijke hal. In principe mag iedere eigenaar en gebruiker de gemeenschappelijke gedeelten gebruiken overeenkomstig hun bestemming. Daarbij mag geen inbreuk worden gemaakt op het recht van medegebruik van andere bewoners.
De Modelsplitsingsreglementen bepalen in aanvulling daarop dat bewoners zich onder meer moeten onthouden van het plaatsen van voertuigen of andere voorwerpen op plaatsen die daarvoor niet zijn bestemd. Een scootmobiel die zonder toestemming langdurig in de gemeenschappelijke hal wordt geplaatst, kan daarom in strijd zijn met het splitsingsreglement.
De vergadering van eigenaars kan op grond van artikel 5:128 BW regels stellen over het gebruik van gemeenschappelijke gedeelten, welke regels in het huishoudelijk reglement kunnen worden opgenomen. Bepalingen in het huishoudelijk reglement mogen geen strijd opleveren met de bepalingen uit de wet of het splitsingsreglement.
Op basis van de Modelsplitsingsreglementen kan de vergadering van eigenaars in beginsel toestemming verlenen voor het plaatsen van voorwerpen in de gemeenschappelijke gedeelten.
Brandveiligheid: een scootmobiel is brandgevaarlijk
Sinds 1 juli 2024 bevat het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) bovendien specifieke regels voor de brandveiligheid van woongebouwen.
De specifieke zorgplicht van artikel 6.4 BBL verplicht degene die het bouwwerk gebruikt om maatregelen te nemen om onder meer brandgevaar, gevaarlijke situaties bij brand en belemmeringen van vluchtmogelijkheden te voorkomen.
Voor gemeenschappelijke verkeersruimten waardoor een vluchtroute voert, zijn de regels nog concreter. Artikel 6.23a BBL bepaalt dat daar geen objecten aanwezig mogen zijn die het vluchten belemmeren. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de beschikbare breedte van de verkeersruimte.
Daarnaast bepaalt artikel 6.15a BBL dat in een dergelijke gemeenschappelijke verkeersruimte geen brandgevaarlijke objecten aanwezig mogen zijn. Scootmobielen worden daarbij uitdrukkelijk genoemd.
Als de gemeenschappelijke hal daadwerkelijk onderdeel is van een vluchtroute, kan het plaatsen van een scootmobiel daar dus op grond van het BBL niet zijn toegestaan.
Wet Gelijke behandeling op grond van chronische ziekte of handicap
Een scootmobiel is doorgaans een hulpmiddel dat iemand vanwege een handicap of chronische ziekte nodig heeft. Daarom kan ook de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH) een rol spelen.
Dat blijkt duidelijk uit een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 5 februari 2026. In die zaak wilde een eigenaar zijn scootmobiel en driewielfiets in een gemeenschappelijk gedeelte stallen. De VvE had daarvoor geen toestemming gegeven, waarop de eigenaar aan de kantonrechter een vervangende toestemming verzocht.
De kantonrechter benadrukte dat de vrijheid van de VvE om hierover te beslissen wordt begrensd door de WGBH. Als iemand geen objectief bezien redelijkerwijs geschikte alternatieve stallingsmogelijkheid heeft, mag de VvE toestemming niet zonder meer weigeren. Naar het oordeel van de kantonrechter kwam in dit geval, kijkend naar de uitgangspunten die de ergotherapeut heeft geformuleerd, de eigen parkeerplaats als het meest geschikte naar voren. Het verzoek van de eigenaar werd dan ook afgewezen.
Conclusie
Het antwoord op de vraag of een bewoner zijn scootmobiel in de gemeenschappelijke hal mag stallen, is in het algemeen dus niet zo eenvoudig te geven. Een scootmobiel mag daar op grond van het splitsingsreglement zonder toestemming van de vergadering van eigenaars niet zonder meer worden gestald. Het splitsingsreglement kan daarover expliciete bepalingen bevatten, wat bijvoorbeeld is gebeurd in het Modelsplitsingsreglement 2017. Daarnaast kan het BBL plaatsing verbieden wanneer de ruimte onderdeel is van een vluchtroute.
Maar tegenover die regels staat de bescherming tegen discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte. Als er geen geschikt alternatief bestaat, kan een categorisch verbod daarom juridisch problematisch zijn.
Een VvE doet er daarom verstandig aan enerzijds op te treden tegen het ongeoorloofd stallen van een scootmobiel in de gemeenschappelijke gang, maar anderzijds een individueel verzoek zorgvuldig te onderzoeken, de brandveiligheid en bouwkundige situatie concreet vast te stellen en te beoordelen of er objectief bezien redelijke alternatieven zijn.
Wilt u meer weten of heeft u vragen over deze column? Neem dan contact op met Laurine van Gemert, Sven van der Klaauw of Marnix Nijenhof.
U kunt natuurlijk ook kijken op www.rijssenbeek.nl, of een digitaal bezoek brengen aan onze Kennisbank.



